Meerwaardebelasting - binnen of buiten
Zelfs voordat er enige wet gestemd en gepubliceerd werd, laaiden de gemoederen omtrent de meerwaardebelasting hoog op. Tevens vloeide er al heel wat inkt over deze kwestie. Wij voegen daar nog wat druppels aan toe. Aangezien dit een ruim onderwerp is dat de nodige nuance verdient, wordt er een pentaptych (vijfluik) van gemaakt.
Het tweede artikel bevat de toelichting omtrent de meerwaardebelasting (verder: MWB) voor de particuliere belegger; de derde bijdrage gaat in op de MWB voor de zelfstandige-aandeelhouder van de eigen BV, in het laatste twee van de vijf worden een aantal voorbeelden uitgewerkt van een simpel voorbeeld voor de particuliere belegger over de complexe valuta-berekening tot en met de MWB voor aanmerkelijk belang. En in dit artikel, de eerste van de vijf, behandelen we de algemene principes van de MWB. We focussen op de scope van de MWB, het fotomoment, wat opt-in of -out inhouden en met zich brengen. Momenteel bevragen heel wat financiële instellingen, brokers en beleggingsplatformen hun gebruikers hierover met betrekking tot deze nieuwe belasting.
Soorten in de nieuwe MWB en voor wie
De MWB richt zich op de meerwaardes van de financiële activa (verder: FVA), gerealiseerd door natuurlijke personen (via de personenbelasting) maar ook rechtspersonen zoals VZW’s en stichting als ze onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting. We zoemen in deze reeks op de personenbelasting in. Dat op zich is al een hele boterham. Verkopen van FVA die gebeuren vanaf 1 januari 2026 zullen dus voor het eerst in de aangifte in de personenbelasting van aanslagjaar 2027 moeten worden opgenomen, om aan deze nieuwe belasting te kunnen worden onderworpen. De MWB komt elk jaar terug, een blijvertje dus.
Pro memorie: het inkomstenjaar is het belastbare tijdperk. Voor de MWB start dit in 2026. Het aanslagjaar is het jaar waarin de belasting wordt gevestigd. Voor de personenbelasting valt het inkomstenjaar samen met het kalenderjaar, terwijl het aanslagjaar in het daaropvolgende kalenderjaar valt. De aangifte die ten laatste in juli jaar X moet worden ingediend, bevat de inkomsten van jaar X min 1. Hierover is een aparte “Vaktaal” geschreven.
De MWB valt uiteen in twee categorieën zijnde
1. Het gewoon regime - de andere FVA, onderwerp van dit en het volgende artikel
2. Het bijzonder regime - de FVA met een “aanmerkelijke belang”, onderwerp van het derde artikel in deze reeks
Welke financiële vaste activa zijn onderworpen aan de “nieuwe” MWB
Volgende vier soorten lopen in de kijker.
1 - Financiële instrumenten waaronder (beursgenoteerde) aandelen, obligaties, waardepapieren, opties, exchange traded funds (verder: ETF’s), futures, indexfondsen, kredietderivaten enz.
2 - Verzekeringsproducten en kapitalisatiecontracten onder andere verzekeringen onder TAK21 met spaarcomponent, TAK23, TAK26
3 - Cryptoactiva zoals bitcoin, (non-)fungible tokens (ook wel: (N)FT),
4 - Valuta, meer bepaald geldmiddelen (lees: niet-Euro valuta zoals Amerikaanse dollar, Zwitserse frank enz.), digitale bankmunten en beleggingsgoud
Volgende financiële producten zijn NIET onderworpen aan de MWB.
· Pensioensparen,
· Groepsverzekeringen,
· Pensioenfondsen,
· Juwelen (zelfs gouden), schilderijen, zilveren voorwerpen en andere
Jouw financiële instelling, beleggingsplatform en/of broker kan je informeren of jouw product(en) “gevaar lopen of niet”. Voor het gemak hanteren we voorts de term "broker".
Contouren van de meerwaarde van het gewoon regime, het fotomoment
Meerwaardes op FVA, verhandeld door particulieren, worden door deze nieuwe belasting in het vizier genomen. Voorheen werd dit bij normaal beheer onbelast gelaten.
Om de MWB te kunnen doorvoeren, werd op 31 december 2025 een foto genomen van de waarde van je portefeuille. Dit is de "vertrekwaarde of aankoopwaarde" voor de reeds aangekochte FVA. Historische winsten van FVA in portefeuille zijn dus "vrij". Er is voor deze FVA (aangekocht tot en met 31 december 2025) een uitzondering, die geldt tot 31 december 2030. De waarde van het fotomoment kan niet representatief zijn, als de aandelen duurder zijn aangekocht dan de prijs vastgesteld op het fotomoment (zijnde 31 december 2025). Je zal de hogere aankoopprijs ten opzichte van het fotomoment zelf moeten aantonen. Voor de aandelen aangekocht na 31 december 2025 is het startpunt/-prijs gewoonweg de aankoopprijs. Dit maakt dat je historische "verliezen" van "oude" aandelen in portefeuille tot 31 december 2030 nog kan "verwerken".
Enkel de verkoop van FVA geeft aanleiding tot een belaste meer- of minwaarde. Schenking, erfenis, inbrengen, inflatie of waardestijgingen vormen geen voorwerp van de MWB. De vertrekwaarde van geërfde of via schenking ontvangen FVA is de oorspronkelijke aanschaffingswaarde. In deze gevallen zijn historisch opgebouwde meerwaardes wel belastbaar.
De meer-/minwaarde wordt berekend per categorie (zie hiervoor de twee categorieën) én volgens het FIFO-principe. Dit betekent dat de oudst aangekochte aandelen als eerste worden geacht te zijn verkocht bij salami-verkoop.
De cumul van de meerwaardes minus de minwaardes vormen de belastbare basis. Indien deze cumul in een minwaarde resulteert, is dit niet overdraagbaar naar een volgend jaar en is er logischerwijze geen belasting te betalen. Er is immers geen belastbare basis.
Wil je verder lezen en onze tips hieromtrent zien – schrijf je dan in op de betalende nieuwsbrief.